Ziektes en plagen
Bijna elke ziekte of plaag komt op een boom terecht die het al moeilijk had. Hieronder staat per geval wat je ziet, wat het betekent, en wat er wél en niet aan te doen is. Eén antwoord gaat over jouw gezondheid en niet over die van de boom: dat over de roetschorsziekte bij esdoorn.
Eikenprocessierups
Ik heb een nest van de eikenprocessierups in mijn eik. Mag ik dat zelf weghalen?
Beter niet. De brandharen komen los zodra je het nest aanraakt of eronder werkt, en ze waaien makkelijk mee — je bereikt er meestal alleen mee dat ze zich verspreiden. Wie het beroepsmatig doet, zuigt de nesten weg in beschermende kleding en met een afgesloten zuiger. Meld het ook bij je gemeente: die heeft meestal een aanpak lopen voor de bomen langs de weg.
Hoe herken ik een nest van de eikenprocessierups?
Aan een vuilwitte, viltige prop tegen de stam of in een takoksel, van een vuist tot een voetbal groot, met een spinselachtig uiterlijk. De rupsen zelf lopen in optocht achter elkaar aan, in een lange rij — vandaar de naam. En ze zitten alleen in eik.
In welke periode is de rups gevaarlijk?
Vanaf het derde larvenstadium, meestal vanaf mei, wanneer de brandharen gevormd worden. Vanaf dan blijft het de hele zomer een risico. En ook daarna: de haren in oude nesten blijven jarenlang irriterend, dus een leeg nest van vorig jaar is niet onschuldig.
Helpt het ophangen van mezenkastjes echt?
Deels, en minder dan vaak gedacht. Sommige mezen hebben geleerd de rupsen te eten door de haren er eerst af te schudden, en daarom hangen er in eikenlanen veel nestkasten — maar hoe goed dat in de praktijk werkt, is nog niet goed onderzocht. Wat er wél op wijst te helpen, is een bloemrijke omgeving: die trekt de insecten aan die van de rupsen leven, zoals sluipwespen, sluipvliegen en gaasvliegen.
Zijn een rupsenval of een biologisch middel een goed idee?
Een val om de stam vangt een deel van de rupsen die naar beneden komen, maar niet de nesten die er al zitten. Biologische middelen op basis van bacteriën of aaltjes werken alleen in een smal tijdvenster vroeg in het seizoen, en ze raken ook andere rupsen — dus ook de vlinders die je wél wil. Voor één boom in een tuin komt het meestal hierop neer: laat het nest professioneel weghalen en werk verder aan de omgeving.
Is elke rups in mijn eik een eikenprocessierups?
Nee, en dat is de eerste vraag om te stellen voor je iets doet. In eiken leven tientallen andere rupsensoorten die volstrekt ongevaarlijk zijn en die het voedsel vormen voor jonge vogels. De eikenprocessierups herken je aan de optocht en aan het viltige nest tegen stam of tak; los rondkruipende rupsen zonder nest zijn bijna altijd iets anders.
Essentaksterfte
Mijn es heeft veel dood hout bovenaan. Is dat essentaksterfte?
Mogelijk. Essentaksterfte begint bovenin en aan de uiteinden: takken lopen niet meer uit, het blad verkleurt vroeg, en er ontstaat dood hout in de top. Kijk ook naar de stamvoet — daar komen bij een aangetaste es vaak ingezonken, verkleurde plekken. Maar dood hout bovenin kan ook gewoon droogte zijn; het patroon over meerdere jaren maakt het verschil.
Gaat elke es met essentaksterfte uiteindelijk dood?
Niet elke. De ziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Hymenoscyphus fraxineus en tast het overgrote deel van de essen aan; veel daarvan gaan er uiteindelijk aan dood. Maar een klein deel blijkt tolerant en houdt stand, en daar wordt in Europa op geselecteerd voor toekomstige aanplant. Een es die na tien jaar nog een redelijke kroon heeft, is het afwachten waard.
Moet ik mijn zieke es meteen vellen of kan ik afwachten?
Afwachten kan, zolang er niets onder staat. Een es met essentaksterfte gaat vaak jaren achteruit met tussenpozen waarin hij zich herpakt, en juist de bomen die het langst standhouden zijn interessant. Staat er wél iets onder, dan hoeft vellen niet de eerste stap te zijn: de grotere dode takken weghalen neemt het meeste risico al weg en geeft de boom nog jaren. Wat de beslissing bepaalt is dus niet de ziekte maar de plek.
Is een aangetaste es gevaarlijk om onder te staan?
Dat hoeft niet, maar de kans is er. Essentaksterfte verzwakt niet alleen de kroon: bij een deel van de aangetaste essen komt via de stamvoet ook honingzwam binnen, en dan kan de verankering achteruitgaan. Dat gebeurt lang niet bij elke es. Wel is het de reden om een es die je regelmatig passeert vaker te laten nakijken dan een die achter in een weide staat.
Kan ik mijn es behandelen of bespuiten?
Nee. Er bestaat geen middel tegen essentaksterfte, en bespuiten heeft geen zin — de schimmel zit in het hout en de infectie komt elk jaar opnieuw via de bladeren. Wat je wél kan doen is de boom niet extra belasten: geen zware snoei, geen werken in de wortelzone, en een bodem die water kan vasthouden.
Paardenkastanje
Er lopen roestbruine strepen over de stam van mijn paardenkastanje.
Dat is waarschijnlijk kastanjebloedingsziekte, veroorzaakt door de bacterie Pseudomonas syringae pv. aesculi. Uit de bast sijpelt vocht dat opdroogt tot roestbruine of zwarte strepen. Onder die plekken sterft de bast af, en als zo'n zone helemaal rond de stam sluit, raakt alles erboven afgesneden. Kijk vooral of de plekken van jaar tot jaar groter worden en of de kroon meegaat.
Is de kastanjebloedingsziekte te genezen?
Nee, er bestaat geen behandeling. Wel is gebleken dat bomen zich kunnen herstellen: bij een deel van de aangetaste kastanjes komt de aantasting tot stilstand en groeit de bast er weer overheen. Daarom wordt er niet meer geveld op de diagnose alleen, maar op wat de boom over enkele jaren doet.
Hoe lang kan een kastanje met bloedingsziekte nog blijven staan?
Dat loopt sterk uiteen, van enkele jaren tot onbepaald. Sommige bomen takelen snel af, andere leven er decennia mee. Wat de beslissing stuurt is niet de ziekte zelf maar de combinatie: hoeveel van de bast is aangetast, hoe reageert de kroon, en wat staat eronder.
Mijn kastanje heeft in juli al bruine vlekkerige bladeren. Is dat dezelfde ziekte?
Waarschijnlijk niet. Bruine, vlekkerige bladeren in juli en augustus zijn meestal de kastanjemineermot: de rupsjes vreten gangen in het blad, dat daardoor vroeg verdroogt. Het ziet er slecht uit maar de boom gaat er niet aan dood — tegen die tijd heeft hij zijn reserves al grotendeels aangelegd. Bloedingsziekte zie je aan de stam, niet aan het blad.
Iep, spar en andere soorten
Mijn iep verwelkt plots vanaf de top. Is dat de iepziekte?
Dat is het patroon, ja. Bij iepziekte verwelken takken plots terwijl het blad nog groen is, meestal vanaf de top en vaak eerst aan één kant. De schimmel wordt overgebracht door de iepenspintkever en verspreidt zich ook via wortelcontact tussen bomen die dicht bij elkaar staan. Zekerheid geeft alleen het hout: in het jonge spinthout van een aangetaste tak zit een bruine ring.
Kan ik mijn iep nog redden, en moet het hout weg?
Als de verwelking al door de kroon trekt, is redden meestal niet meer aan de orde. Wat wél telt is wat er met het hout gebeurt: een gevelde iep met de bast er nog op is een kweekplaats voor de kever die de ziekte verder draagt. Dat hout wordt daarom ontschorst of afgevoerd, en blijft niet als brandhout met bast liggen.
Bestaan er iepen die de ziekte niet krijgen?
Er bestaan resistente rassen, gekweekt en getest sinds de tweede epidemie. Volledig immuun is er geen, maar de betere selecties houden onder normale druk goed stand en worden weer aangeplant. Wie een iep wil, kiest dus best zo'n ras en niet zomaar een zaailing.
Mijn fijnsparren worden bruin vanaf de top en de bast valt eraf.
Dat is het beeld van de letterzetter, een bastkever die broedgangen maakt onder de bast van verzwakte fijnsparren. De boom verkleurt van boven naar beneden, de bast laat los, en aan de binnenkant zie je het gangenpatroon waaraan de kever zijn naam dankt. Achterliggend is het bijna altijd droogtestress: een spar met genoeg water verdedigt zich met hars.
Moet ik aangetaste sparren meteen weghalen om de rest te redden?
Als de kevers er nog in zitten, wel. De hele aanpak draait om één ding: bomen weghalen vóór de nieuwe generatie uitvliegt. Zit er al geen bast meer op en zijn de gangen leeg, dan is de kever weg en heeft haasten geen zin meer. In een tuin met een paar sparren weegt dat anders dan in een bos.
Mag het hout van een aangetaste spar blijven liggen?
Zolang er bast op zit, is het een kweekplaats. Ontschorst hout, of hout waar de kever al uit is, mag blijven liggen en is dan gewoon dood hout met alle waarde van dien. Het onderscheid zit dus niet in de boomsoort maar in de bast.
Waarom gaan er nu opeens zoveel sparren dood?
Omdat de fijnspar hier op de grens van zijn mogelijkheden staat, en de droge zomers van de laatste jaren hem over die grens duwen. Een verzwakte spar maakt te weinig hars om kevers buiten te houden, en dan gaat het snel. Het is dus geen nieuwe ziekte, maar een soort die op deze standplaats niet meer thuishoort.
Luizen, roetdauw en meeldauw
Onder mijn linde is alles plakkerig: auto, terras, meubels. Waar komt dat vandaan?
Dat is honingdauw: de suikerhoudende uitscheiding van bladluizen in de kroon. Ze zuigen sap op, houden de eiwitten en laten de suikers vallen. Voor de boom is het onschuldig — het is vooral lastig voor wat eronder staat. Vaak loopt het na enkele weken vanzelf terug, wanneer lieveheersbeestjes en zweefvliegen de luizen inhalen.
Wat kan ik tegen bladluis doen in een boom van vijftien meter?
Praktisch gesproken niets, en dat hoeft ook niet. De belangrijkste reden om niet te spuiten is dat je daarmee ook alles raakt wat van die luizen leeft: lieveheersbeestjes, zweefvliegen, gaasvliegen, en de vogels die daarvan eten. Dat een boom van vijftien meter bespuiten technisch lastig en duur is, komt daar nog bij. De piek duurt meestal een paar weken; zet de auto zolang ergens anders.
Op de bladeren ligt een zwarte roetachtige laag. Is de boom ziek?
Nee. Dat is roetdauw: een zwarte schimmel die groeit op de honingdauw van bladluizen, niet op de boom zelf. Ze tast het blad niet aan en verdwijnt met de bladval. Het is dus een gevolg van de luizen, niet van een ziekte.
Er ligt een wit poederlaagje op de bladeren van mijn eik. Is dat erg?
Dat is echte meeldauw, en voor een volwassen boom is ze onschuldig. Je ziet ze vooral laat in het seizoen op de tweede bladgroei en op waterlot. Bij jonge bomen en zaailingen kan ze wel remmen, omdat die minder blad te missen hebben. Bij een grote eik is er niets te doen en niets aan de hand.
Van mijn esdoorn laat de bast los en eronder zit een zwarte roetachtige laag.
Dat is iets anders dan roetdauw, en hier moet je opletten. Het gaat om roetschorsziekte, veroorzaakt door de schimmel Cryptostroma corticale, die een zwarte sporenlaag vormt ónder de bast van gewone esdoorn. Die sporen zijn schadelijk om in te ademen: ze kunnen een allergische ontsteking van de longblaasjes veroorzaken. Bovendien wordt zo'n boom snel breekbaar. Zaag er niet in, maak de bast niet los, en laat het bekijken door iemand met de juiste bescherming.
Besmet hout, en kan ik behandelen?
Kan ik een zwam bestrijden met een middel?
Nee. Er bestaat geen middel dat een houtaantastende zwam in een levende boom stopt. Het mycelium zit in het hout, waar niets bij kan, en het vruchtlichaam dat je ziet is maar het topje. Wat wel helpt, is de boom niet extra belasten, zodat hij zelf kan blijven afgrendelen.
Mag ik dat hout verbranden of naar het containerpark brengen?
Voor de meeste aantastingen maakt het weinig uit en mag het hout gewoon blijven liggen. Er zijn uitzonderingen waarbij het hout zelf de bron is: iepenhout met bast, sparrenhout met bast waar de letterzetter nog in zit, en esdoorn met roetschorsziekte — dat laatste ook om je eigen gezondheid. Vraag het dus na voor je een aangetaste boom als brandhout stapelt.
Is een ziekte in mijn boom besmettelijk voor mijn andere bomen?
Dat hangt af van de ziekte én van de soort. De meeste aantastingen zijn soortgebonden: essentaksterfte gaat niet naar je eik, kastanjebloedingsziekte niet naar je linde. Enkele springen wel over binnen dezelfde soort, of via wortelcontact tussen bomen die dicht bij elkaar staan — iepziekte en honingzwam zijn daar de bekendste voorbeelden van. De eerste vraag is dus altijd wát het precies is.
Kan ik zelf iets spuiten of injecteren om mijn boom te genezen?
In de praktijk niet. Voor de meeste boomziekten bestaat er geen middel, en injecteren betekent bovendien dat je gaten in de stam boort — dat is zelf een wonde. Wat een boom in de problemen wél helpt is zijn standplaats: een bodem met structuur en bodemleven houdt zelf water vast en laat lucht door, en dat doet meer dan gieten. Dat werkt trager dan een spuitbus, maar het werkt.
Waar deze antwoorden op steunen
INBO, Advies A.4010 over de roetschorsschimmel — Cryptostroma corticale bij esdoorn, en het gezondheidsrisico bij inademing van de sporen.
Sioen & Verschelde, Bosvitaliteitsinventaris 2025 (INBO) — het verloop van individuele essen, en de rol van schommelende grondwaterstanden.
De Vlinderstichting, Natuurlijke vijanden effectief tegen eikenprocessierups — wat mezen en een bloemrijke omgeving wel en niet doen.
Keizer, Mycological Tree Assessment (2019) — het onderscheid tussen slijmvloed door Erwinia en de bloedingsziekte door Pseudomonas.
Bresseleers, Droogtestress bij bomen in de stad (2020) — de letterzetter bij verzwakte fijnsparren.